fredien.reismee.nl

Terug naar huis.

Vanmorgen op tijd opgestaan om terug te rijden richting huis. Eerst de camping betalen voor 7 nachten kamperen. Dit komt uit op de wonderbaarlijke som van 300 Zlotty, ongeveer 75 Euro. We worden om tien uur vriendelijk uitgezwaaid en off we go!


We rijden naar het zuiden richting Kielce, binnendoor naar Lotz en dan naar de snelweg A2. Het doet denken aan de “flèche verte” routes in Frankrijk. Je rijdt door dorpen met stoplichten, waar op de snelheid gecontroleerd wordt. Al met al schiet het niet op, maar ik vind het leuker dan snelweg rijden. Langs de weg staan weer de nodige paddenstoelen verkopers. De herfstkleuren doen zich gelden, prachtig zijn de bomen.


Als we onderweg een stop maken, wordt Fred aangesproken door een man, die hem een  nieuwe IPhone5 wil verkopen. Hij begint met 300€, net of je zoveel geld zomaar op zak hebt. Fred weigert want hij vertrouwt het niet. Vanuit de caravan hoor ik het gesprek maar kan het niet echt volgen. Hij zakt naar 200 Euro. Inmiddels ben ik achter het stuur gekropen. Hij probeert ook mij te overtuigen, omdat hij honger heeft en geld nodig, zoals hij beweert.  We maken nogmaals duidelijk geen belangstelling te hebben. Hij legt de telefoon op Fred zijn knie en zegt 100 Euro. Wij nogmaals geen belangstelling en ik trek langzaam de auto op. Hij pakt de telefoon op en kiest eieren voor zijn geld. Nare ervaring want je kunt op je klompen aanvoelen dat zo een ding ergens gestolen is.


We rijden door, het is best druk op de weg. Om half zes houden we het voor gezien, slechts 428 km afgelegd. We vinden een camping in Steszew. Er is helemaal niemand bij de receptie. We plaatsen de caravan en hebben zowaar elektriciteit. Fred loopt naar een bijgelegen Restaurant. Daar zijn ze zo vriendelijk de baas te waarschuwen. Inmiddels is het hier aardedonker geworden. We draaien de deur op het dubbele slot en zitten veilig in ons warme huisje.

Boys and Toys

Ongeveer een kwartiertje rijden hiervandaan is het White Eagle museum, waar Fred graag een bezoek wil brengen. Hier staat oorlogsmaterieel tentoongesteld van Pools, Russische en Duitse afkomst. Er zijn vliegtuigen, straaljagers, torpedojagers, tanks, geschut, restanten van Duitse tanks met 50mm dikke wanden, jeeps en een torpedoboot. De stukken staan al 40 jaar in de open lucht en zo ziet het er dan ook uit van dichtbij. Verwonderlijk dat je daarmee een oorlog kunt winnen en zoveel schade kunt aanrichten.

Het Cisterciënzer klooster van Wachock

In een drukwerk, dat wij van de camping gekregen hadden, stond een verhaal over het klooster van Wachock met als omschrijving “bewitching beauty”. Wij concluderen dan een leuke trip om te bezoeken. Wachock was de vroegere hoofdstad van Polen, maar het is niet meer dan een groot dorp.


Het Cisterciënzer klooster is gesticht in 1179 door broeder Simon of Casamari. De ligging van het Gothische klooster in de vallei van de Swietokryzskie bergen is een geologisch gunstige plaats. Er is water in de rivier aanwezig en de heuvels voorzagen in het hout. Het zandsteen werd uit de rotsen gehakt.


De Cisterciënzer orde is een zeer gematigde orde, die hun tijd verdelen tussen bidden, arbeid en rust. Ze willen niet afhankelijk zijn van donaties, dus werken ze voor hun levensonderhoud. Het ijzer en lood voor het dak werd gedolven, bier  gebrouwen en er was een farmacie. Op de heuvels stonden druiven voor de wijn.


Het klooster  is geterroriseerd door Tartanen; die iedereen vermoorden en de boel in brand staken, de Russen; die ook dood en verderf stichten, maar desondanks werd het steeds weer opgebouwd. De Duitsers hebben het als onderkomen ook misbruikt.


De Cisterciënzer gemeenschap is invloedrijk binnen Wachok. Het biedt scholing aan de bevolking en ledigt de geestelijke nood.  Door de verschillende renovaties zijn er diverse bouwstijlen, het oorspronkelijke klooster met een Gotisch interieur, de Kerk met Romaanse en Barokke trekken.  


Als we het klooster binnen treden, hangt er een muffe lucht. Na enig wachten worden we ontvangen door Dik Trom in een versleten broek. Een echte monnik. Hij spreekt gebrekkig Engels en geeft ons de rondleiding. Eerst gaan we de kerk in. Er wordt twee keer per dag een mis opgedragen voor de kloosterlingen en lokale bevolking. Boven het hoofdaltaar is een rond raam waar het licht uit het oosten ‘s ochtends doorheen schijnt. De hele kerk is de afgelopen 20 jaar gerenoveerd en overnieuw gedecoreerd. Het ziet er prachtig uit, rustiger van tint dan de kerken in Krakau.  Er worden regelmatig concerten gegeven waarbij de goede akoestiek een voordeel is. In een van de zijaltaars staan  opmerkelijk groenen hoogbarroken zijbanken.


We lopen door naar de eetzaal. Donker. Vooraan dwars de plaatsen voor de belangrijkste personen uit het klooster, zoals de abt. Langs de zijkanten de zware houten tafels en stoelen van de gewone kloosterlingen en novicen. Twee mooie glas in lood ramen erboven.


Onderaan de boogconstructie van het dak is een afbeelding uitgehakt van Simon, een van de architecten van het klooster. Er zijn hier zowel Franse als Italiaanse invloeden aanwezig. Opmerkelijk is dat hier centrale verwarming ligt in vroeger tijd werd en dmv een luchtkanaal verwarmd. Aansluitend de keuken. Het ruikt er nog naar het middageten. In een hogere gelegen nis staat een tafel en stoel. Hier wordt het gebed voor de maaltijd gelezen.


Een volgende ruimte is een vergaderruimte, dat er uit ziet als een werfkelder. De bogen zorgen voor een intieme sfeer. Zeer rustgevend. Mooi zijn de Gotische bogen en het feit dat de pilaren van een rood gesteente zijn. De muren zijn glad gemaakt door hakwerk van de broeders.


We lopen via de kloostergang langs de tuin, die niet veel voorstelt. Ook werpen we nog een blik in de gevangenis waar stro op de grond als bed dient en een kan water.


Daarna drinken we een kop koffie in een aanliggende ruimte, waar twee bejaarde dames deegballen aan het maken zijn. Die zullen weer dienen voor de avondmaaltijd. Het is een gekakel en zo voldoet dit klooster ook aan een sociaal element. Uit de verschijning van een jonge novice blijkt dat het kloosterleven hier nog steeds bloeit. Ook kan men logeren in dit klooster. Diverse pausen en collega monniken zijn er op vakantie geweest.

Fietsen en wandelen en niets doen

Het is zondag, een echte rustdag. Gisteren hadden we een fietstocht gepland van 45 kilometer. Het is hier heuvelachtig, maar deze afstand zou binnen onze capaciteit moeten liggen. Het eerste deel van de tocht is een makkie, bergafwaarts op een asfaltweg, daarna linksaf de binnenlanden in. De weg wordt slechter en verandert in een zandpad. Ik heb mijn dikke fiets bij me, het is zwaar fietsen door het rulle zand. Daarbovenop komt de stijgt de weg behoorlijk, afstappen dus. We komen door bossen en mooie landschappen, de moeite waard. Eerst gaat de eerste jas uit, dan nog een trui, zweten om boven te komen. We komen langs een kerkhof, die een bloemenweelde is. De graven staan er prima verzorgd bij. Dat was ons al eerder opgevallen. Bij een gesloten overgang wachten we bijna 10 minuten. Je ziet sporen van mensen die langs de spoorbomen gegaan zijn.


Langs de weg staan kruisen met kleine altaars. Mensen slaan een kruisje als ze langslopen, het katholiek geloof is diep geworteld. Als we bij een kleine supermarkt komen, gaan we drinken halen en iets lekkers. Even bijtanken. We hebben pas 15 kilometer gedaan en ik besluit de weg naar huis in te zetten, dat is nog eens 10 kilometer. Gelukkig merendeels bergafwaarts. Thuisgekomen een pot thee leeggedronken.


Vanmorgen heerlijk uitgeslapen en door alle foto’s gelopen. Veel weggegooid, vast een eerste begin gemaakt met nabewerking. Na de lunch zijn we gaan wandelen. De herfst heeft zijn intrede gedaan. In Polen wordt veel naar paddenstoelen gezocht. We mogen een gevonden boleten buit fotograferen. Wij zelf hebben niets gevonden maar ook niet echt serieus gezocht.


We blijven hier nog een paar dagen relaxen en daarna zien we wel weer.

Suchedniów

Gisteren uit Krakau vertrokken. Er was nog zoveel te zien, zeker als je bedenkt dat wij slechts een paar kerken van de 130 gezien hebben. Ook Schindlers fabriek, waar nu een museum is, hebben we niet gezien.  Verder barst het er van musea, ook niet gezien. Maar we zijn even cultuur moe en willen de indrukken ook verwerken. Op naar het Noorden, waar we belanden op een camping in Suchedniów. Je hoeft je echt niet te schamen als je van dit plaatsje nog nooit gehoord hebt, hadden wij ook niet. Omdat het al laat in het seizoen is, zijn veel campings dicht en wordt onze keuze daardoor bepaald.  De reis verliep voorspoedig het landschap is licht glooiend. De herfst doet zijn intrede en de temperatuur zakt gestaag.


De camping is mooi,  we zijn de enige gasten. Er is een verwarmde douchegelegenheid en keuken. Niets mis mee. Het bijbehorend meer is nu verlaten, maar de kano’s op de kant wijzen op waterplezier in de zomer. Het meisje van de receptie is  aardig, ze was net het hek aan het schilderen en de sporen zijn te zien op haar gezicht. Ze leent ons spontaan een boekje met fietsroutes in de buurt. Weliswaar in het Poolse maar het geeft toch houvast om niet langs grote wegen te moeten fietsen.


Tegen zes uur is het zo koud, dat Fred de luiken voor de ramen spant. Ik heb van isolatiemateriaal panelen gemaakt met zuignappen. Dit houdt prima op de Airstream en het scheelt veel kou van de ramen. ‘s Nachts zakt de temperatuur onder het vriespunt. Als we wakker worden is de rijp op het gras prachtig om te zien. Rond negen uur is het nul graden, de zon schijnt. De frisse lucht en de zon geven een wintersportgevoel het is heerlijk toeven buiten met een dikke jas aan. Omdat we niet in de zon staan verplaatsen we de caravan richting zon en meer. Nog meer genieten van het uitzicht en de zon.


Een fietstochtje voor de boodschappen en een wandeling door het bos maakt deze dag weer compleet. Het is vandaag 4 oktober en we realiseren ons dat we keuzes moeten maken voor de rest van de vakantie en besluiten Noord Polen voor een andere keer te bewaren. We willen fietsen, van de natuur genieten, lezen en luieren. Ook hier is er genoeg te beleven, volgens onze gids.


Tot nu toe heb ik 726 foto’s gemaakt die nodig geordend en uitgezocht moeten worden. Ook een leuke klus voor ‘s avonds.

Bezoek aan de burcht van Wawel

Vanmorgen tot half tien geslapen en rustig aan gedaan. Kuiten laten wennen aan het loopbestaan. Met de belofte, dat het vandaag zeker voor het donker thuis zijn,  gaan we op weg naar de burcht van Wawel.


Bij de kassa blijkt, dat je moet kiezen uit wat je wilt bezoeken en als ik vrolijk “alles” zeg, krijg ik zuur de opmerking, dat we veel eerder hadden moeten komen. Binnen de mogelijkheid wordt het een bezoek aan de Royal Private Apartments om 14:00 uur, De State rooms om 15:00 uur en om 15:50 de Crown treasury en Armoury. Bij het afrekenen vraag ik naar de 65 plus korting en ik moet me legitimeren, dat ik zo oud ben. Ze heeft er duidelijk de pest in, want nu wordt er druk getelefoneerd of dit wel geldt voor Nederlanders. Veel minder vriendelijk rekent ze met ons af.


We hebben nog een kwartiertje tijd over en lopen wat rond. Bij de ingang wordt er gescand en de tassen moeten in een locker. Het wachten is op de gids, die een kwartier te laat aankomt. Dus wordt het rennen door het paleis, want alles gaat hier op tijd en de volgende groep achtervolgd ons alweer. Het paleis is enorm groot. Veel oud eiken meubilair, zwaar, niet mijn smaak.  Er zijn veel Nederlands meesters of kopieën ervan aan de muur. Er staat een prachtige Friese klok die helemaal intact is en op de wijzerplaat staat Woensdag met sterrenbeeld en de maand. Er  zit zelfs een wekker in. Natuurlijk veel schilderijen van de koningen van Polen met familieleden. We komen in de slaapkamer van de koning, diverse koepels met veel licht, de vertrekken van recente Poolse hoogwaardigheid bekleders met een badkamer uit het begin van de vorige eeuw.


Je mag niet fotograferen en men loopt je achterna, als je een camera om je nek hebt. Het lukt me om een paar plaatjes te schieten. Ook word ik een keer gewaarschuwd. Er is  prachtig Meisner porselein te bewonderen en zilversmeed kunst.


Door naar de Apartments. Ze werden veelal voor gasten gebruikt.  Hier geen gids maar volop bewaking. Ook hier grote zalen met zwaar meubilair, schilderijen en tapijten.


Dan door naar de kerkers waar de Wapenkamers en andere schatten zijn tentoongesteld. Prachtig zilveren kannen, borden en gebruiksvoorwerpen. Een rijk versierde koninklijke mantel, met grote hoed.


Diverse maliënkolders, harnassen, speren. Een kamer vol geweren. En helemaal onderin kanonnen in alle maten en soorten. Om vijf uur worden we het kasteel uitgekeken, men wil naar huis. Nu dat treft, wij ook.  

Museum bezoek Krakau

We gaan op tijd weg. Vandaag staan musea op het programma. In ieder geval de Lakenhal en de Maria kerk, op de grote Markt. Bij de kassa kopen we een 65+ kaartje, dat scheelt een kop koffie. Het museum is op de bovenverdieping. Nu kunnen we meteen wat plaatjes van de markt nemen, vanaf het terras. De zalen van het museum zijn in een paar periodes ingedeeld. Oude schilderijen uit de barokke tijd. Dikke mensen met stuurse blikken. Er is een zaal met 19de Eeuwes schilderkunst, die veel aardiger is. De afbeeldingen realistischer. Op de kopse kant hangt een schilderij met briesende paarden, die aan komen stormen. Er zijn een paar verleidelijke naakten, maar ook een schilderij van een overleden weesmeisje, waar de triestheid duidelijk te zien is. Er staat een leuke vrouwelijke faun, die het leven viert. Met een uurtje hebben we het wel gezien en na een kop koffie lopen we door naar de Maria kerk aan de overkant.


Binnengekomen zien we een zeer rijk geornamenteerde kerk gebouwd tussen 1355 en de 15de eeuw. Het was ooit de bedoeling de kathedraal op de Wawel berg te overtreffen in rijkdom. De kerk heeft twee hoge torens aan de voorkant. Vanaf de Hejnal toren klinkt ieder uur een-onvoltooid-  trompet signaal, de Hejnal, dat ook dagelijks om 12 uur life op de radio wordt uitgezonden. Het is een herinnering aan een middeleeuwse trompetblazer die werd neergeschoten toen hij alarm sloeg.  


Binnengekomen in de barokke kerk valt meteen het enorme altaar op. Het schijnt een van de grootste altaren ter wereld te zijn. Het plafond is prachtig blauw gedecoreerd met gouden sterren. Er branden honderden kaarsen. Er zijn meerdere kapellen en zijaltaren. Goud blinkt alom. Er is veel tegelwerk in een rood-oker kleur. De bogen zijn zwart en rood-oker gedecoreerd. De preekstoel is bombastisch rijk uitgevoerd. Natuurlijk ook weer veel beelden. Het is prachtig en ik vind hem niet zo somber als de Wawel kathedraal. Je mag hier niet fotograferen, maar omdat niemand er zich aan stoort heb ik toch discreet wat plaatjes geschoten.


Fred wil graag naar een museum waar schilderijen te bewonderen zijn van Stanislaw Wyspianski. Het museum is naar hem vernoemd. We lopen weer een eind door de stad naar het aangegeven adres. Daar aangekomen gaan we een huis binnen, dat meer weg heeft van een school  of universiteit, dan van een museum. Omdat niemand ons tegenhoud, lopen we gewoon verder. Boven gekomen is er weinig te zien en schieten we een leraar aan. Hij weet niet waar we wel moeten zijn, maar zeker niet hier. Dus weer naar beneden. Gelukkig biedt de portier uitkomst en moeten we de andere kant op naar een straat achter de markt.


Onderweg stoppen we bij een crêperie, duidelijk voor studenten. Plastic tafeltjes en dito bestek. Het meisje achter de toonbank spreekt alleen Pools. Ik wijs op goed geluk maar iets aan. Fred wil dit ook. Uiteindelijk krijgen we een crêpe met een broccoli vulling, niet verkeerd maar een combi, die je in Nederland niet snel tegen zult komen.  Het vult goed en we kunnen er weer even tegen. Weer een leuke ervaring rijker.


Na enig zoeken vinden we het museum. Beslist de moeite waard. Helaas was een deel van de collectie in restauratie, maar we hebben er toch de nodige uren doorgebracht.


Het is gemeen koud buiten. Eigenlijk had ik het de hele dag al koud. De temperatuur ligt tegen het vriespunt en de wind is snijdend. Aangezien mijn jack zijn beste tijd gehad heeft, besluit ik om een nieuw te kopen. Achter de Joodse wijk ligt een groot winkelcentrum. Ik vraag hoever is dat, waarop Fred antwoord hooguit 2 kilometer. Verder wil hij ook graag een voedsel thermometer kopen. Ik maak iedere dag verse yoghurt, de temperatuur kontroleer ik door mijn pink in de melk te dopen. Tot nu toe prima yoghurt, maar natuurlijk weinig wetenschappelijk.


Al lopend komen we langs een buitensport winkel met uitverkoop. Als rasechte Nederlanders een buitenkans. Ik scoor er een knal roze jack, dat in ieder geval erg warm is. Hiermee is mijn drang om nog verder te lopen voorbij, maar Fred wil graag richting winkelcentrum We komen bij de joodse wijk, via een Joodse begraafplaats. Het heeft allemaal een echt authentieke uitstraling en roept levendige beelden uit het verleden op. Er hebben 70.000 Joden gewoond, die bijna allemaal de holocaust niet overleefd hebben. Krakau had ook een Ghetto, zoals Warshaw.  Er is veel hulp gegeven door de bevolking. In de Schindler’s emailleer fabriek zijn veel Joden te werk gesteld. Dit verhaal is bekend van de film Schindlers list:


“In september 1939 moeten Joden in Polen naar concentratiekampen. Oskar Schindler, tot dusver een onsuccesvolle zakenman, gaat naar de Poolse stad Krakau om te zien of hij daar goedkope arbeiderskrachten kan halen. Hij maakt zich populair bij de Duitsers, en met hun steun weet Schindler een potten- en pannenfabriek te bemachtigen. Via de Joodse Itzhak Stern komt Schindler in contact met een aantal Joodse zakenmensen, die hem geld willen lenen in ruil voor wat potten en pannen. Aanvankelijk doet Schindler niets als hij te weten komt dat de Joden gedeporteerd worden. Dan bedenkt hij dat hij in de positie verkeert om honderden Joden het leven te redden. Hij koopt honderden Joden vrij om in zijn fabriek te werken. De bedoeling is om ze naar een veilige plaats te brengen, weg van de nazi's.


We lopen verder naar het winkelcentrum en zowaar na enig gezoek scoort Fred de thermometer. Intussen is het al dik zes uur en mijn voeten zijn zo moe en pijnlijk. Nu blijkt, dat de bushalte nog erg ver weg is, zeker drie kwartier lopen. Wel rijden er trams, maar die hebben geen kaartjes automaat aan boord. Na een tijd ben ik het goed zat en we gaan op de gok (zwart) een stuk met de tram. Rijdt hij ook nog de verkeerde kant op, dus als we uit kunnen stappen moeten we weer terug lopen. Dan maar een taxi proberen te vinden. Als ik er een aanhoud, kent hij de camping niet en spreekt geen Engels. Zal wel aan onze uitspraak liggen. Dit feest gaat niet door, verder lopen dus. Ik voel mijn voeten en kuiten niet meer. Om half acht zijn we bij de bushalte om half negen thuis. We eten snel een boterham en dan even  niets.


Als ik ’s nachts wakker moet om naar de WC te gaan doen mijn kuiten zo een pijn, dat ik werkelijk strompel.

Wieliczka

Het was de bedoeling om terug naar Krakau te gaan, maar op maandag zijn de meeste musea dicht. Gewoon het programma omdraaien en nu naar de zoutmijn. Morgen Krakau, we blijven flexibel.


De zoutmijn is 700 jaar oud. Zout was letterlijk vroeger goud waard. Aangekomen is het een grote toeristische attractie en de prijzen navenant. We hebben de Engelse guided tour van half elf. En men is stipt hier. Voorzien van vrouwelijke gids en een koptelefoon mogen we de mijn in. We moeten goed bij elkaar blijven om verdwalen te voorkomen. Die opmerking heb ik al eens eerder gehoord bij mijnbezoek. We dalen zo een 350 traptreden af naar 135 meter onder de grond. Ik voel me een balletdanseres, die pirouetten draait zo smal is de draaicirkel in de schacht. Beneden aangekomen is de temperatuur constant 13-14 graden. We gaan verder door een gangenstelsel. In uitgehouwde kamers laat met zien hoe het zout gedolven werd en vervoerd. Dat ging vroeger met mankracht. Om een as draaide een touw en met behulp van een katrol werd de buit naar boven gehaald. Onder in de mijn, bestond altijd het gevaar voor mijngas en men was natuurlijk als de dood voor brand. Speciaal opgeleide mannen hadden een toorts waarmee ze als eerste met levensgevaar over de grond een nieuwe gang ingingen om te zien of er gas was. We werden getrakteerd op totale duisternis en een animatie van brand en ontploffingen. Verder werd alles uitgebeeld met poppen, dat mij een hoog Efteling gevoel gaf.


In andere ondergrondse gangen waren beeldhouwwerken te zien gemaakt van zout. In een groot ondergronds zoutmeer kon men munten werpen opdat wensen in vervulling zouden gaan. Fred zij meteen, ik heb niets nodig want ik ben al gelukkig. Ja wat heb ik dan nog te wensen??? Dus geen muntjes in het meer.


De Sint Kingakapel is het hoogtepunt van de tour. Heilige beelden alom. Hier kan men trouwen en eens per week wordt de mis opgedragen. Zelf vond ik de Stazic kamer met een enorme houten constructie indrukwekkend. 36 meter hoog en je ziet gangen uit vroeger tijden die afgesloten waren. Hier is echt hard gewerkt. Na twee uur staan we weer in het zonlicht. Misschien hadden we ons er meer van voorgesteld. Of we zijn verwend omdat we al teveel gezien hebben onder de grond.


Buiten gekomen lopen we het stadje in. We willen koffie, maar veel is er niet te beleven. Het lijkt wel of het niet mee geniet van het tourisme dat de mijn trekt. Er is een prachtig park, ergens beneden staat onze auto. Was wel even zoeken, omdat we niet op dezelfde plaats uit de mijn gekomen zijn als waar de ingang was. We hebben ongeveer 1% van de mijn gezien, het moet een enorm stelsel van gangen zijn. Morgen museum bezoek in Krakau.